Bakens voor de scheepvaart
Vuurtorens
Voor de zeelieden zijn het de zichtbare bakens, die precies vertellen waar ze zich bevinden. Overdag door hun vorm en decoratie; 's nachts door het ritme van de lichtflitsen. Voor landrotten zijn het markante bouwwerken die bijna altijd in een schitterende omgeving staan. Ze spreken tot de verbeelding door de combinatie van techniek en romantiek. Je vindt vuurtorens op de meest uiteenlopende plaatsen. Kijk alleen maar eens naar Nederland en België en je ziet ze in havengebieden (Oostende, IJmuiden), boven op een duin (Vlieland) of juist midden in het dorp (Terschelling), op een kunstmatig eiland in zee (Goeree) en zelfs boven op een kerktoren (Westkapelle). Sommige buitenlandse torens zijn echt op hele extreme plaatsen gebouwd, bijvoorbeeld midden in zee of op ruwe rotspunten.
Lichtschepen
Bij verraderlijke ondiepten in zee waar de bouw van een vuurtoren niet mogelijk was, werden lichtschepen uitgelegd. Drijvende vuurtorens die vanaf hun eenzame positie het scheepvaartverkeer de juiste route wezen. Achter deze lichtschepen en hun bemanning, die steeds enkele weken aaneen op elkaar was aangewezen, gaan vele verhalen schuil van stormen, (bijna)aanvaringen en andere belevenissen.
Kapen
Het Nederlandse kustlandschap vertoont niet zoveel variatie. Duingebieden onderscheiden zich nauwelijks van elkaar, waardoor het voor de schippers in vroeger tijden moeilijk was om zich te oriënteren. Opvallende bouwwerken als molens en kerktorens vormden dankbare herkenningspunten, maar deze waren niet overal aanwezig. Bovendien is de variatie in uiterlijk van deze objecten niet zo groot, zodat verwarring kon ontstaan over de juiste locatie. Het was nodig nieuwe elementen toe te voegen aan het landschap. De kaap deed zijn intrede: een stellage met een herkenbare vorm, die een plek bij daglicht markeert. Men spreekt ook wel van een 'dagmerk'. In de Middeleeuwen waren kapen van hout. In de negentiende eeuw, toen gietijzer veelvuldig werd gebruikt bij de bouw van vuurtorens, werden ook kapen van gietijzer gemaakt. Kapen hebben nu vrijwel geen functie meer bij de navigatie. Toch zijn er nog een paar.
Vaarwegmarkering
In onze contreien worden de kustwateren gekenmerkt door een grillig patroon van stroomgeulen, ondiepten en droogvallende platen en zandbanken. Talloze schepen zijn er in de loop der eeuwen gestrand of volledig ten onder gegaan. De scheepswrakken op de bodem van de zee vormden nieuwe obstakels. De behoefte aan een duidelijke markering van veilige vaarroutes ontstond in de tijd van de Hanze. De schepen werden groter en kregen steeds meer diepgang, waardoor de kans groot was dat ze vastliepen op de verraderlijke zandbanken. In eerste instantie werden op gevaarlijke plekken takken gestoken in de zeebodem. Deze 'steekbakens' worden nu nog steeds gebruikt. Al snel was ook een bewegwijzering van de vaargeulen zelf nodig. Hiervoor werden drijvende tonnen gebruikt die met een touw of ketting werden verbonden met een ankersteen op de zeebodem. Tegenwoordig zijn het stalen boeien die de vaarwegen markeren, zowel met als zonder licht. De meest moderne boeien hebben ledlampjes en zonnepanelen.
Vorige pagina: Excursies
Volgende pagina: Contactinformatie